JAN DE HONT & DE MASKERS + RENÉE & THE ALLIGATORS

ZONDAGMIDDAG MATINEE
Date : 23 / feb / 2020
Tijd : 13:00 UUR - 17:30 UUR Aanvang: 14.00 UUR Huisregels de Meester
Locatie : Grote zaal Attend on Facebook
Prijs : VVK: DEUR €7,- ONLINE: €8,50 | AVONDKASSA € 10,-

JAN DE HONT & DE MASKERS + RENÉE & THE ALLIGATORS

VVK: DEUR €7,- ONLINE: €8,50 | AVONDKASSA € 10,-

JAN DE HONT & DE MASKERS

Biografie Jan de Hont & De Maskers

RENÉE & THE ALLIGATORS

1958-1959

In 1958 richtte René Nodelijk een van de eerste rock ‘n roll groepen van Nederland op met als naam Rockin’ Sensation Boys. Hij wordt in datzelfde jaar derde bij de nationale Elvis Presley verkiezing. René maakt deel uit van deze groep tot september 1959, als door een meningsverschil hij en de bandleden uiteengaan. De bandleden claimden de naam Rockin’ Sensation Boys en René besloot noodgedwongen de band The Alligators op te richten: een naam die zijn oorsprong vindt in de bekende hit ‘See you later Alligator’ van Bill Haley and his Comets. The Alligators bestaan uit René Nodelijk als zanger/gitarist, Hans Emmerik als gitarist, Ton Schattelijn als pianist en klarinetist (alledrie afkomstig van het Koninklijk Conservatorium) en als drummer Richard van der Kraats. Twee weken na de oprichting winnen ze met hun debuutoptreden al meteen een nationale talentenjacht in Vlaardingen. Tijdens hun tweede optreden gaan The Alligators, op initiatief van de organisator, al als René and his Alligators opereren.

1960

Begin 1960 worden Hans Emmerik en Ton Schattelijn vervangen door slaggitarist Ton van de Graaf en bassist Pim Veeren. In de zomer maakt René onder de naam René and his Alligators de eerste plaatopnamen voor CNR. De muziek is ingespeeld door René op gitaar en een groep studiomuzikanten, Rotterdam opgenomen met als doel een galmeffect op de zang te krijgen. Dit alles resulteerde in de eerste single met als titels So mad en Knocking on your window.

1961

Na een tour in Duitsland in de wintermaanden van 1960/1961 keren René and his Alligators terug naar Nederland, waarna opnieuw een formatiewijziging volgt: bassist Pim Veeren wordt vervangen door Ruud Schoonewelle. Vervolgens beginnen de mannen zich te richten op instrumentale muziek à la The Ventures. Deze succesvolle stroming valt in de smaak bij een groot publiek en ze worden een graag geziene gast in de Haagse scene. Het is Eddy W. van Hemert die hen aanspoort een demo op te nemen en via zijn contacten komt platenmaatschappij Phonogram in aanraking met de enthousiaste rockers uit Den Haag. Van Hemert zal hen als manager begeleiden tijdens het opnemen van hun eerste plaatje in Hilversum. Vier nummers worden in één opnamemiddag opgenomen: Alligator’s Dance, Theme From Limelight, Gipsy Rock en My Happiness. Alligator’s Dance is een compositie en arrangement van René. Theme From Limelight (een compositie van Charlie Chaplin) Gipsy Rock (een traditional) en My Happiness (een hit van Connie Francis) zijn gearrangeerd door René. De twee singles en de EP worden snel na elkaar in het najaar van 1961 uitgebracht en worden positief ontvangen door publiek en muziekpers.

1962

Langzaam begint het rockerskwartet het landelijke publiek te veroveren. Na een optreden, tijdens een door het tienerblad Teenagercall georganiseerde muzikale show in mei 1962, duiken ze weer de studio in om hun derde en vierde single op te nemen. Heisser Sand, een grote hit in Duitsland, wordt door René omgezet naar een instrumentale versie. Op de B-kant vinden we het nummer Granada. Hun vierde single zou hun meest succesvolle worden. De toppers Guitar Boogie en In the Mood, de overbekende hit van Glenn Miller staan garant voor hoge verkoopcijfers. In september ontstaat een samenwerking met The Telstars, het duo bestaande uit Wim Goossen en Piet Oomen. Drummer Richard van der Kraats wordt voor deze gelegenheid vervangen door Wim Zech, een basgitaarpupil van René. Jammer genoeg voor Richard vallen Wims drumkwaliteiten zo in de smaak bij de bandleden dat Wim een vaste plek krijgt aangeboden bij de band. Samen met The Telstars worden Sealed With a Kiss en True Love opgenomen. Het einde van 1962 sluiten René and his Alligators af (op verzoek van de platenmaatschappij) met het opnemen van een cover van het nummer Telstar, de wereldhit van The Tornados, met als B-kant Rinky Dink, eveneens een cover. Beide nummers verschijnen op een Franse EP.

1963

Dit jaar kenmerkt zich door optredens bij de rolschaatsenbaan Zuiderpark, Circustheater in Scheveningen, Yvonne Bar, Monroe bar en de vaste maandagavond in Piccadilly (het huidige Tweede-Kamergebouw). Tijdens enkele studiosessies wordt het repertoire verder uitgebreid met twee nieuwe nummers, te weten Two Guitars, dat de muzikale creativiteit van de heren toont door een klassiek intro op te laten volgen door rockende gitaarvirtuositeit en La Comparsa, dat een paar jaar later terug te horen is in een versie van ZZ en de Maskers. Ook worden Dansevise en Bonanza opgenomen. Deze laatste is de cover van een bekende televisieserie die in Nederland in die tijd op tv verschijnt. In het nummer Sweet Georgia Brown laat de band zien dat zij met drummer Wim Zech geen verkeerde keuze hebben gemaakt, want zijn drumsolo mag er zijn. Het nummer Black Swan is een prachtige bewerking van het stuk van Tchaikowsky uit het Zwanenmeer. Nog voor het eind van het jaar stapt Ruud Schoonewelle noodgedwongen uit de band, omdat hij in dienst moest. Hij wordt vervangen door Peter la Haye. In deze opstelling neemt de band nog een aantal nummers op waaronder Wham, Bust Out, Counter Point en Let’s Do the Slop.

1964

1964 is een nogal turbulent jaar voor de groep met veel wisselingen. Het jaar begint met The Alligator’s medewerking aan het album ‘5 seconden van Woef’, waarvoor zij het nummer The Alligator Beat opnemen. Ook zorgen zij voor de begeleiding bij het lied ‘De kleinste’ (In ‘t groene dal, ‘t kleine dal) van de Fouryo’s. Peter la Hay maakt plaats voor André Serban en Ton de Graaf voor Hans Vermeulen, die inmiddels vier jaar les bij René heeft. Aan het eind van dat jaar neemt Ed Bekking de plaats in van Hans Vermeulen en komt Ruud Schoonewelle weer terug als basgitarist. Wim Zech geeft de stokjes door aan Louis Blonk.

1965-1967

In 1965 is het tijd voor een andere aanpak. René besluit zijn composities ook zelf te gaan zingen. De in dit jaar uitgebrachte nederbeatnummers She Broke My Heart en I Can Wait worden zelfs in Engeland uitgebracht, maar helaas zijn de verkoopcijfers nogal teleurstellend. Twee andere nummers die in deze fase worden opgenomen, Quite a Lot of Things Can Happen en Laughin’ In the Rain, blijven op de plank liggen. Het zou tot 1999 duren voordat ze op een album verschijnen. Begin ’67 brengen ze nog één single uit, maar nu onder de naam The Alligators. De nummers I Feel Like Crying en I’m On the Run, door René geschreven, maken duidelijk dat hij voor alles een muzikant is in hart en ziel, die het nieuwe niet schuwt.

1968-heden

Vanaf dit moment tot op heden hebben er nog vele wisselingen plaatsgevonden. Frank Bianchi (zang en keyboard) voegde zich in 1967 bij de band waarvan de naam werd veranderd in Toby Collar (de Engelse benaming voor de schuimkraag op een biertje, ook is heel even de naam Dimples overwogen). De eerste single onder de naam Toby Collar verschijnt aan het einde van 1968 op Polydor: Tallahassee Lassie/Two Girls Are Waiting. Deze single biedt de luisteraar een terugblik op de glorietijd van de rock & roll uit 1959, verpakt in een toentertijd modern jasje. In 1969 voegt Bea Willemstein (de toenmalige echtgenote van René) zich als zangeres bij de band en twee jaar later voegt Frank Bianchi’s vriendin Corry de Jager zich ook als zangeres bij de groep. Vervolgens komt René’s broer Frank Nodelijk de groep tijdelijk versterken als zanger/toetsenist. Onder de naam Dutch Garden brengen de leden van Toby Collar in 1970 op Negram de single Dirty Poor Old Man/It’s Better uit. Onder hun eigen naam verschijnt ook nog Woke Up Too slow/Mary’s Back Again. Toby Collar profileert zich in de jaren zeventig vooral als top 40-band, waarbij zij op menig personeelsavond en bruiloft te bewonderen zijn geweest. In 1975 verschijnt de single Italy/I feel good, maar ook deze single krijgt niet echt een kans van de toenmalige dj’s. Na een aantal wisselingen voegt in november 1976 Anja Exterkate zich bij Toby Collar, die dan naast René bestaat uit drummer John Meijer, toetsenist Peter Bernet en bassist Ton van der Meer. Een jaar later besluit René, na een inspirerend gesprek met Bert Schouten (producer van het eerste uur van René), de rock and roll nieuw leven in te blazen en de naam van de groep wordt omgedoopt tot Renée and the Alligators. Weer een jaar later wordt op advies van platenmaatschappij CNR de naam simpelweg ingekort tot Renée. Sinds 1985 treedt de band op initiatief van drummer Cor van der Beek (Shocking Blue) en Fred Severin (Daddy’s Act) weer op als Renée and the Alligators.

1984

In dit jaar verschijnt de nieuwe single ‘Take some pills’: in tegenstelling tot alle vorige Renée-singles en albums niet uitgebracht door CNR maar door de platenmaatschappij Sky Telstar. Het nummer is ondanks veel mooie beloften een low budget productie geworden en heeft eigenlijk geen echte kans gekregen.

1985-heden

In 1985 wordt op het initiatief van Cor van der Beek (drummer Shocking Blue) en Fred Severing (bassist Daddy’s Act) Renée and the Alligators heropgericht. Zij wisten met hun enthousiasme Renée Nodelijk over te halen om weer een band te formeren. Tot op heden speelt de band met grote regelmaat door heel Nederland en verbazen zij jong en oud met hun spetterende optredens.

2005

In 2005 verschijnt na een lange stilte rond de band Renée de ijzersterke single ‘Copper coloured skies’. In wezen zijn de band Renée en de groep Renée and the Alligators natuurlijk hetzelfde: het verschil zit in het repertoire. Renée brengt popmuziek en Renée and the Alligators brengen voor het grootste deel rockmuziek ten gehore.

Links
Website Jan de Hont
Website Renée & The Alligators