JAN AKKERMAN & BAND

Date : 15 / Jun / 2019
Tijd : 19:30 UUR Aanvang: 20.30 UUR Huisregels de Meester
Locatie : Grote zaal Attend on Facebook
Prijs : VVK: DEUR €12,- ONLINE: €13,50 | AVONDKASSA €15,-

JAN AKKERMAN & BAND

VVK: DEUR €12,- ONLINE: €13,50 | AVONDKASSA €15,-

Al ruim vijftig jaar behoort Jan Akkerman tot ‘s lands meest gerespecteerde gitaristen. Naast zijn rol in internationaal befaamde groepen als The Hunters, Brainbox en Focus werkt hij samen met uiteenlopende muzikanten uit binnen- en buitenland. Daarnaast heeft hij ruim twintig soloplaten gemaakt waarop hij zijn creativiteit de vrije loop laat gaan. Jan Akkerman weet altijd op eigen wijze rock, jazz, blues, klassiek, dance en andere invloeden te combineren.

JAN AKKERMAN

JanAkkerman

Biografie Jan Akkerman

Al ruim vijftig jaar behoort Jan Akkerman tot ‘s lands meest gerespecteerde gitaristen. Naast zijn rol in internationaal befaamde groepen als The Hunters, Brainbox en Focus werkt hij samen met uiteenlopende muzikanten uit binnen- en buitenland. Daarnaast heeft hij ruim twintig soloplaten gemaakt waarop hij zijn creativiteit de vrije loop laat gaan. Jan Akkerman weet altijd op eigen wijze rock, jazz, blues, klassiek, dance en andere invloeden te combineren.
Jan wordt geboren op kerstavond 1946 in Amsterdam, onder de rook van de Zuiderkerk en het Waterlooplein. Hij raakt voor het eerst een gitaar als hij vijf jaar oud is. Het instrument is van zijn vader, maar Jan zal er ‘z’n ouwe heer’ nooit op zien spelen. Hij speelt dan inmiddels accordeon en kiest op zijn achtste definitief voor het snareninstrument. Tevens leert hij piano en saxofoon spelen en is hij later op zijn soloplaten ook sporadisch als drummer te horen. Gedurende zijn puberteit verlegt Jan zijn interesse van klassieke muziek naar de R&B en rock ’n roll, mede onder invloed van de indorock van The Tielman Brothers en The Crazy Rockers. Op jonge leeftijd speelt hij al in lokale bandjes, waaronder The Friendship Sextet, The Shaking Hearts en Johnny & His Cellar Rockers.
De ‘Cellar Rockers’ wordt in 1964 omgedoopt tot Johnny and The Hunters en vervolgens The Hunters. Akkerman schrijft ‘The Russian Spy and I’ dat in 1966 een kleine hit wordt. Het liedje wordt ingeluid met een razendsnelle gitaarlick, waarmee hij defintief doorbreekt naar een groot publiek. In de nadagen van The Hunters neemt Jan zijn eerste soloalbum ‘Talent for Sale’ (1968) op, samen met drummer Sidney Wachtel en bassist Ron Bijtelaar. Het debuut bevat naast enkele R&B-klassiekers ook eigen composities. In diezelfde periode doet Jan menige sessie in de Bovema-studio in Heemstede, onder leiding van producer Tim Griek en technicus André Hooning. Zo is hij als sessiegitarist en -toetsenist te horen op platen van The Cats, Gloria (zoals in het intro van ‘The Last Seven Days’), The Buffoons en The Blue Diamonds.
Als Griek en Hooning hem eind 1968 vragen voor een sessie met zanger Kazimierz (Kaz) Lux, groeit die samenwerking uit tot de band Brainbox. Jan vraagt drummer en zijn studiomaatje Pierre van der Linden om mee te doen; André Reynen wordt bassist. Het debuut van Brainbox wordt opgenomen in februari 1969 en verschijnt acht maanden later. De plaat groeit uit tot een klassieker in de Nederlandse progressieve rock. De eigenzinnige wijze waarop stijlen worden gecombineerd in befaamde covers als ‘Summertime’, ‘Sinner’s Prayer’ en ‘Scarborough Fair’ en de manier waarop Akkerman deze arrangeert, maakt de groep niet alleen populair maar ook zeer gewaardeerd. Als de plaat uitkomt heeft Jan de band inmiddels verlaten. Hij voegt zich bij het Trio Thijs van Leer dat eind 1969 wordt omgedoopt tot Focus.
In de zes jaar dat Jan lid is van Focus wordt hij wereldberoemd, mede dankzij hits als ‘Hocus Pocus’, ‘Sylvia’ en het Engelse toonaangevende blad Melody Maker die hem in de poll van 1973 bombardeert tot ‘beste gitarist van de wereld’. In die periode brengt hij ook twee soloalbums uit. ‘Profile’ (1972) bevat stevige progressieve rock (‘Fresh Air’) die Jan met Pierre en Bert Ruiter in de begindagen van Focus opneemt, maar ook de eerste verkenningen in (alt)luit en klassiek gitaar. In het verlengde ligt ‘Tabernakel’ (1973) dat Jan met arrangeur George Flynn in New York City maakt. Beide albums verschijnen ook buiten Nederland en zijn – mede dankzij Jans succes met Focus – redelijk succesvol. Nadat Jan in februari 1976 Focus vaarwel heeft gezegd, gaat hij opnieuw met Kaz Lux aan de slag. Kaz’s teksten en Jan’s kleurrijke muziek smelten samen op ‘Eli’ (1976), waarop ook o.a drummer Pierre van der Linden en toetsenisten Jasper van ’t Hof en Rick van der Linden te horen zijn. Ze krijgen er een gouden plaat voor. Het album bewijst dat Akkerman sterk de drang heeft om zich in verschillende vormen muzikaal te ontwikkelen.
In dezelfde periode legt Jan de basis voor wat zijn meest bekende soloplaat wordt: het in oktober 1977 uitgebrachte album onder zijn eigen naam, beter bekend als het ‘gitaar in bed’-album. Een volledig instrumentale plaat die hij opneemt met toetsenist Joachim Kühn, bassist Cees van der Laarse, drummer Bruno Castelucci en percussionist Neppy Noya. Voor de orkestarrangementen zorgt Michael Gibbs. De plaat verkoopt goed en levert hem een Edison en veel optredens in binnen- en buitenland op. Gedurende dezelfde periode maakt hij met klarinetist Tony Scott het album ‘Prism’ en met orkestarrangeur Claus Ogerman ‘Aranjuez’. Zo laat Jan Akkerman in zijn jaren na Focus horen waartoe hij allemaal in staat is. De periode krijgt extra glans dankzij twee optredens op het Montreux Jazz Festival in 1978, waarvan een deel te horen is op het album ‘Live’ (1978).

Voor ‘3’ (1979) werkt hij zowel in Nederland, Engeland als Amerika en voegt hij blazers (onder meer Michael Brecker) aan zijn nieuwe materiaal toe, terwijl Gibbs opnieuw voor de arrangementen zorgt en op twee nummers ook zang te horen is. Commercieel gezien is de plaat een flop, maar dat weerhoudt Akkerman er niet van om zijn periode van experimenteren door te zetten. Hij is nog steeds in staat om elke stijl die hem aanspreekt te verkennen. Dat leidt tot veel virtuositeit, maar ook gewaagde keuzes. Zo formeert hij in 1979 met bassist Ali Haurand en drummer/percussionist Pierre Courbois het JAP-trio dat zich richt op freejazz en waarin Jan voor het eerst een gitaarsynthesizer bespeelt. Zijn duotournee met pianist Joachim Kühn doet veel stof opwaaien en brengt hem vooral naar Duitsland, Oostenrijk en Polen. Jan staat in 1980 ook op het podium met drummer Billy Cobham en zijn landgenoten van Solution. Met Kaz Lux maakt hij in datzelfde jaar ‘Transparental’, een album volgens hetzelfde recept als ‘Eli’, maar artistiek blijft die in de schaduw van zijn voorganger staan.

In 1981 slaat Jan een opmerkelijk aanbod niet af. Platenbaas Willem van Kooten daagt hij uit om binnen 24 uur een compleet album te maken. Jan wint de weddenschap en het resultaat is ‘Oil in the Family’, een disco-album dat gekleurd is met het geluid van zijn gitaarsynthesizer. In dezelfde periode werkt hij aan ‘Pleasure Point’ (1982), waarop hij samen met toetsenisten Joachim Kühn en Jasper van ’t Hof, drummers Hans Waterman en Ronald Zeldenrust, bassist Pablo Nahar en saxofonist Jim Campagnola sfeervolle en verstilde muziek speelt. In Denemarken neemt hij ‘It Could Happen To You’ (1982) op. Beide albums liggen in elkaars verlengde en klinken minder experimenteel dan voorgaand werk.

Eind 1982 beweegt Jan zich steeds meer in de richting van zijn Django- en blues-roots, terwijl ook de elektronica steeds meer zijn geluid domineert, zoals op ‘Can’t Stand Noise’ (1983). Terwijl Jan in de eerste maanden van 1984 zijn samenwerking met Thijs van Leer weer oppakt voor een album dat een jaar later (‘Focus’) verschijnt, maakt hij ook een solo-album waarop hij definitief terugkeert naar zijn rock-roots. ‘From the Basement’ (1984) klinkt fris en overtuigend. Opnieuw kleurt de gitaarsynthesizer het geluid voor een groot gedeelte in, maar dit keer wint het materiaal op het punt van voortschrijdend inzicht. Eindelijk vallen alle geluiden helemaal op hun plek. Nadat hij bijna een jaar thuis demo’s heeft gemaakt voor zijn volgende album, duikt Jan in de zomer van 1986 de studio van Normaal in om ‘Heartware’ op te nemen. Gedeeltelijk solo en gedeeltelijk met Peet/Dijkman wordt de plaat beschouwd als een van zijn betere albums. De gitarist combineert de rock van ‘From the Basement’ met elektronische, new age-achtige stukken en speelt zowel elektrische als akoestische gitaar.

Jans terugkeer op de internationale podia volgt in 1989, als manager en platenbaas Miles Copeland hem als invaller vraagt tijdens de eerste ‘Night of the Guitar’-tournee. De optredens brengen Jan onder meer naar Oost-Europa en Brazilië en leveren hem een contract op met het IRS-label. ‘The Noise of Art’ (1990) is Jans eerste wereldwijd uitgebrachte plaat in ruim tien jaar tijd. Ter promotie maakt hij zowel een theatertournee als een reeks optredens in het clubcircuit. Ook speelt Jan tijdens het North Sea Jazz Festival. In 1991 en 1992 deelt Jan het podium met onder andere Charlie Byrd (ook in Japan), Larry Coryell, Samuel Eddy en de Amerikaanse bluesmuzikant Ronald Abrams.

In augustus 1992, als hij is teruggekeerd van een vermoeide tournee door Japan en het Caribisch gebied, krijgt Jan Akkerman een ernstig auto-ongeluk. Hij loopt twee gebroken rugwervels op. Zijn revalidatie verloopt voorspoedig en een half jaar later staat hij weer op het podium met drummer Ton Dijkman en bassist Manuel Hugas. Voor EMI maakt hij het album ‘Puccini’s Café’ (1993), waarmee hij opnieuw het clubcircuit en het theater induikt. Een jaar later verschijnt het door Tom Salisbury geproduceerde ‘Blues Hearts’ (1994) dat naast een paar nieuwe stukken ook herinterpretaties van oud werk bevat. Met zijn vaste band plus blazerssectie en Salisbury maakt Jan in 1996 ‘Focus in Time’ (1996). Op het gevarieerde album put hij uit de klassieken, zoals Fauré, Bach en Mozart, die hem al sinds jongs af aan inspireren, maar grijpt hij stilistisch ook terug op de Focus-periode. Op de daaruit voortvloeiende tour neemt toetsenist Nico Brandsen zijn Hammond-orgel mee en zo herleven ook op het podium oude tijden.

Na de release van de dubbel-cd ‘10.000 Clowns on a Rainy Day’ (1997) met recente live-opnames staat Jan sinds lange tijd weer op een Engels podium. Tijdens het ‘Euro Wirral Guitar Festival’ geeft hij zowel een solo- als een bandoptreden. Ook deelt Jan voor het eerst het podium met één van zijn grote voorbeelden: bluesgitarist B.B. King. De samenwerking doen beide gitaristen in juni 2001 in Ahoy’ Rotterdam nog eens dunnetjes over. Voor het Nederlandse Roadrunner-label maakt Jan het album ‘Passion’ (1999). De plaat laat zijn beste akoestische spel sinds tijden horen en is goed voor een Edison-nominatie. Tussen de bedrijven door ontwerpt Jan voor Catalyst Instruments zijn eigen gitaar, de Jakkerman. Het is na eerdere ontwerpen het tweede, Les Paul-achtige model waaraan hij zijn naam verbindt.

Aan het begin van de 21e eeuw volgt een opmerkelijke samenwerking, als Jan Douwe Kroeske Akkerman uitnodigt voor een sessie met rapper Ice-T. Het resultaat is verrassend en levert de gitarist met name de hiphop-scene veel positieve reacties op. Zijn Django-roots staan in 2000 centraal in een theatertournee met het Rosenberg Trio. Een jaar later haalt hij zelfs zijn luit weer uit de kast voor een serie optredens, als het hem na jaren lukt om de juiste snaren voor het instrument te krijgen. Zijn nieuwe keyboardspeler is Jeroen Rietbergen, bandlid van Soulvation. Samen met Ronald Molendijk produceert Rietbergen Jans album ‘C.U.’ (2003), waarop Jan zich flink door moderne dance en elektronica laat inspireren, met hier en daar een flinke scheut blues, funk en jazz. Op zijn eerste dvd ‘Jan Akkerman live’ (2003) staan twee optredens opgenomen voor de Duitse tv. In 2004 toert Jan met zijn band door eigen land, maar ook Engeland, Duitsland, Rusland, Spanje, Bosnië en Oekraïne, het land van zijn vroege voorouders. Toetsenist Coen Molenaar heeft Rietbergen inmiddels vervangen, terwijl Marijn van den Berg de nieuwe drummer van de Jan Akkerman Band is.

In 2005 ontvangt Jan van de stichting Conamus een Gouden Harp voor zijn hele oeuvre. Kort daarna speelt hij op de 30e editie van het North Sea Jazz Festival en later dat jaar o.a. met Tony Spinner, Johnny Dickinson en de World of Strings. Ook levert hij een muzikale bijdrage aan de herdenking van zanger André Hazes, een jaar na diens dood. Vanaf januari 2006 maakt Akkerman als gast deel uit van de theatertournee ‘Queen In Concert’ van het Orkest van de Koninklijke Luchtmacht. Later in dat jaar speelt hij voor het eerst sinds dertig jaar in Japan en doet hij voor het eerst India aan, een jaar later gevolgd door een weekje Syrië en een tour met pianist Mike del Ferro door Zuid-Amerika.

Regisseur Hans Hylkema volgt Jan gedurende een jaar van nabij voor zijn documentaire ‘Portret met gitaar’, die in april 2007 wordt uitgezonden door ‘Het Uur van de Wolf’. In juni 2008 wordt de dvd/cd/lp ‘Live in concert – The Hague 2007’ uitgebracht, gevolgd door een korte tour met gitarist Vlatko Stefanovski door Kroatië. Daarna volgen er o.a. optredens in Schotland, Syrië, Jordanië, Servië en Slovenië. Uit handen van de meastro himself ontvangt Jan in 2009 de Eddy Christiani Award. Akkerman ontvangt de prijs vanwege zijn virtuositeit, veelzijdigheid en vernieuwingsdrang.

Na jaren van veel optredens en tournees in binnen- en buitenland brengt Jan in 2011 een nieuwe cd uit: ‘Minor Details’. Een album waarop rock, jazz, blues en moderne dance samensmelten, met een gastrol voor trompetist Eric Vloeimans. Daarnaast laat de cd/dvd-set ‘North Sea Jazz Legendary Concerts’ (2012) de gitarist zien en horen tijdens diverse optredens op het fameuze North Sea Jazz Festival tussen 1993 en 2011 van verschillende kanten. In april 2012 doet Jan oude tijden herleven met My Brainbox, een project met ex-Vandenberg zanger Bert Heerink, die hij zes jaar eerder leert kennen tijdens ‘Queen In Concert’. Als Jan aan het einde van dat jaar zijn vijftigjarige carrière op de wereldwijde podia viert, wordt hij geridderd in de Orde van Oranje Nassau voor zijn verdiensten en zijn invloed voor de Nederlandse muziek.

Naast My Brainbox en zijn concerten in de clubs en theaters over de gehele wereld staat Jan in maart 2013 sinds jaren weer met zijn gewaardeerde collega Eelco Gelling op het podium tijdens het ‘Gitaarjongens’-project in het Amsterdamse Carré. Die samenwerking krijgt aan het einde van dat jaar een vervolg tijdens twee speciale optredens, waarbij ook Jans jongste dochter Laurie optreedt. De samenwerking krijgt in de daaropvolgende jaren een vervolg. Terwijl hij in 2016 met de ‘Back to Vinyl’ het album ‘Jan Akkerman’ (1977) opnieuw in de spotlights van het theater zet, maakt hij zich op voor zijn zeventigste verjaardag. Die wordt eind 2016 en begin 2017 gevierd met de speciale tour ‘Jan Akkerman 7.0’, terwijl op initiatief van gitarist Ruben Hoeke op 28 december 2016 in de Melkweg in Amsterdam een ruim drie uur durende tribute plaatsvindt. Tot de speciale gasten behoren Hans Dulfer, Leif de Leeuw, New Cool Collective en Martijn Fisher.

Platenmaatschappij Red Bullet brengt in juli 2018 “The Complete Jan Akkerman” uit: een 26 cd tellende oeuvrebox die zijn soloalbums bevat, alsmede zijn belangrijkste liveplaten, zijn werk van Johnny and his Cellar Rockers, The Hunters, Brainbox en Focus én een cd vol nooit eerder uitgebracht materiaal.

Anno 2018 geldt Jan Akkerman nog steeds als de meest invloedrijke gitarist van Nederlandse bodem. Steeds opnieuw weet hij een nieuwe generatie gitaristen in binnen- en buitenland te bereiken en te inspireren. Zijn platen en concerten vormen daarvan een afspiegeling: fris, energiek en nooit voorspelbaar. Als authentieke improvisator laat hij nog steeds zien én horen waartoe hij in staat is. Zijn passie voor de gitaar deelt hij niet slechts met zijn huidige bandleden Coen Molenaar (toetsen), David de Marez Oyens (bas) en Marijn van den Berg (drums), maar bovenal al jarenlang met zijn wereldwijde publiek.
Wat wordt zijn volgende muzikale uitdaging?
Wouter Bessels (muziekjournalist/auteur)

Links
Website Jan Akkerman